5.21.2012

Leros, 20 mei 2012. Het is zondag 20 mei en er moet weer eens geschreven worden want anders verliest iedereen de draad van de werkzaamheden. Ondertussen is de bakboordkant van de Q bijna helemaal klaar om met nieuwe teak bekleed te worden. Het voorbereidend werk heeft –eigenlijk wel voorspelbaar- veel meer tijd in beslag genomen dan ik voorzien had, waardoor de werkdagen noodgedwongen steeds langer worden om de deadline van 1 juli te halen. Om toch al een beetje creatief te zijn en eens iets "opbouwends" de doen na al dat afbreken heb ik al eens geoefend op de ankerbak. En dat is al goed gelukt al zeg ik het zelf.
Sinds een paar dagen heb ik hulp gekregen onder de vorm van mijn broer Frans en Lieve die mij ook 4 jaar geleden zijn bijgesprongen om de Q van Italie naar Griekenland te varen.
Een van de vertragende elementen bij de afbraak is het feit dat alle beslag aan dek moet verwijderd worden. En dus ook stukken van de plafondbekleding en kastjes binnenin. Maar de Grand Soleil 52 zit zo fenomenaal goed in elkaar dat een en ander weinig of geen problemen met zich brengt. Ter illustratie staan hieronder een paar fotos van de binnenkant van de Q zoals hij er nu uit ziet. De genuarails (twee aan bakboord en twee aan stuurboord) zijn aan dek geschroefd met in totaal 180 bouten, inclusief rondsel en moer. Ondertussen zijn er al 90 van verwijderd, dus zijn we al halfweg op dat vlak. En ook de andere obstakels ( 3 winches aan bakboord – 18 bouten -, de grootzeil-overloop -25 bouten, nog wat keerblokken en ander dekbeslag – nog eens een 30 tal bouten- ) zijn verwijderd en het wordt dus nu tijd om wat creatiever te zijn en aan de opbouw te beginnen. Vooraleer daar mee te kunnen starten moeten er wel eerst nog andere voorzorgen genomen worden die ook de nodige tijd en energie opslorpen. Hoewel het hier in Leros zelden regent gebeurt het af toe toch wel eens dat de Q een stortbui moet trotseren. En met een paar honderd gaten in het dek is dat een ietwat ongelijke strijd. Die gaten moeten dus allemaal tijdelijk dichtgemaakt of afgeplakt worden, om te vermijden dat het onderdeks in een zwembad verandert.
En het is natuurlijk best dat er niet teveel vergeten worden. Dat heb ik een paar dagen geleden ondervonden, rond een uur of twee ’s morgens. Het is dan immers plots beginnen regenen met als gevolg dat ik heel snel de vergeten gaatjes heb teruggevonden... Gelukkig heb ik voldoende potten en pannen aan boord die het binnendruppelende water konden opvangen. Met potten en pannen over en weer lopen om twee uur ’s nachts: een alternatieve bezigheid weggelegd voor zeilers en tentbewoners! En dan is het nu tijd voor wat inventieve arbeid. De grote hinderpaal bij het leggen van een dek is het buigen van de teakplanken. Voor lichte buigingen, zoals in de lengterichting van de romp, volstaat om om met voldoende spanklemmen en verankeringen te zorgen voor de benodigde bocht. Als de bochten echter korten worden, of in twee dimensies moeten verbogen worden is het een ander paar mouwen. Dan moet het hout eerst gestoomd worden om het flexibel genoeg te maken om te buigen. En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vandaag hebben we de eerste experimenten op dat vlak uitgeprobeerd en onze installatie zag er indrukwekkend uit in haar simpliciteit. Wij zijn met jeugdige overmoed aan de slag gegaan en de eerste resultaten waren heel veelbelovend.
Maar uiteindelijk bleek het allemaal niet zo simpel als we dachten. Het is nu zondagavond, tijd om mijn blog publieksklaar te maken en voorlopig hebben we al 3 (drie!) plankjes kunnen plooien om op de banken van de cockpit te leggen. 3 van de 11! Niet echt een sukses dus. Maar we geven niet op. Volgende zondag proberen we het opnieuw. Met enige technische verbeteringen aan ons ontwerp moet dat lukken. Dat denken we toch... Dus ik zou zeggen: stay tuned.