2.05.2013

2013... alweer een nieuw jaar!

Januari 2013 Cartagena - Colombia
Boven mij flikkeren honderdduizend sterren Recht omhoog herken in Orion, mijn trouwe vriend, die me, als de nacht valt, altijd en onverstoorbaar gezelschap houdt op mijn omzwervingen in het Caraibisch gebied. In mijn oor klinkt Ataualpa Yupanqui, de Indiaanse Bob Dylan van Argentinie die zingt over pampas en caballos. Onder mij ligt de zee, onzichtbaar, als een uitgestrekte matras, en wiegt de Lola voorzichtig heen en weer, op het ritme van de oneindige Carai bische nacht. Voor het eerst bevind ik mij aan boord van een zeiljacht op een breedte van minder dan 10 graden boven de evenaar. Lola ligt immers te rusten onder de bescherming van het eiland Titipan, 50 zeemijl zuidwestelijk van Cartagena en het bijna meest zuidelijke punt van de Colombiaanse noordkust. We hebben hier deze namiddag het anker laten vallen in het helderste water en met zicht op een uitgestrekt strand, annex koraalrif, dat ons beschermt tegen de noordelijke deining. We zijn hier terechtgekomen op weg naar de San Blas eilanden voor de kust van Panama. Die eilanden zullen we deze week niet meer bereiken want de weersomstandigheden zijn te ongunstig om de volgende dagen in die richting koers te zetten. We hadden er anders wel goede moed in toen we op 28 december met het vliegtuig toekwamen in Santa Marta, Colombia. De Lola lag daar op mij en Paul en Leen te wachten om ons naar het westen en naar de Kuna indianen te varen.
Alleen was de noordoostpassaat iets te enthousiast aan het waaien in Santa Marta en grote omgeving waardoor we ons geplande vertrek van 30 december al onmiddellijk moesten uitstellen tot na nieuwjaar. De meest geschikte "weather window" (een periode van gunstige wind) viel volgens de voorspellingen tijdens de nacht van 2 op 3 januari, wanneer de wind eindelijk onder de 30 knopen ging zakken. We hebben ons vooraf toch eens aan een korte testrit gewaagd, ongeduldig als we waren, maar zijn al snel terug binnengevaren wegens te hoge golven net buiten de haven.
Op 2 januari zijn we dan toch vertrokken op wat voor Paul en Leen een eerste - en waarschijnlijk onvergetelijke- nachtelijke zeiltocht zou worden op open zee. En de Caraibische Zee is wel heel erg "open", hier aan de noordkust van Colombia. De passaat kan er ongehinderd door enig obstakel over honderden mijlen waaien en hoge en korte golven doen ontstaan. We hebben dat laatste ook aan den lijve een paar keer ondervonden toen tijdens de nacht tot drie maal toe de kuip van de Lola onder water werd gezet door een achteroplopende golf en de toch al wat vermoeide en met zeeziekte worstelende bemanning een nat pak bezorgde. De uitstroom van de rivier de Magdalena ter hoogte van Barranquilla zorgde samen met de nog steeds fors blazende passaatwind dan ook nog eens voor een stampend en rollend schip waar comfort en Caraibische romantiek ver te zoeken warenl.. We waren dan ook blij dat we bij het ochtendgloren eindelijk de imposante skyline van Cartagena voor de boeg van de Lola zagen opdoemen.
De plannen om nog eens een nacht in dezelde omstandigheden te moeten doorbrengen ( de tocht van Cartagena naar San Blas is ongeveer 130 mijl. Dus nog eens een nachtje doorvaren) hebben we na rijp beraad maar opgeborgen en daardoor zijn we dus vanaf zaterdag onderweg in de zuid westelijke eilanden van Colombie, Isla Baru en de archipel van san Bernardo.
De archipel van San.Bernardo ligt op z'n 80 mijl ten zuidwesten van Cartagena op een 10 tal mijl uit de kust en net boven de golf van Morrosquillo. Het grootste eiland heet Tintipan. Dit tropische paradijs ( op 9 graden NB) wordt omgeven door koraalriffen en ondiep water langs alle kanten behalve de zuidkant. Daar is het dan ook ideaal ankeren, in een quasi over de ganse lengte gelijke diepte van 4 a 5 meter en helder spiegelglad water. 0ndanks de soms felle noordenwind die vooral na de middag en bij valavond over het eiland raast blijft de Lola rustig op zijn plaatsje liggen. Wij krijgen er gezelschap van twee Nederlandse zeiljachten die op weg zijn naar Panama en de San Blas eilanden.
Die San Blas eilanden blijven voor ons een onbereikbaar doel en dus laten wij onze noorderburen welwillend het zeil hijsen in noordwestelijke richting terwijl wijzelf zuidoostwaarts varen richting Isla Palma, gelegen in dezelfde San Bernardo archipel. Het blijkt een tropisch paradijs te zijn uit de boekjes, met strooien dakjes, hagelwitte stranden, palmbomen en Colombiaanse schonen. Te mooi om waar te zijn. En ba, gedeeltelijk is dat ook zo want meer dan de (mooiste) helft van het eiland wordt ingepalmd door een hotel, waar prive bewaking en pasjes moeten zorgen voor de goede gang van zaken. We konden er desgewenst genieten van al dat schone mits een dagpasje van 108.000 pesos. Maar gezien het al vijf uur in de namiddag was vonden we dat niet zo'n goed voorstel.....

8.20.2012

Het is al over halfweg van het seizoen en inderdaad!... Het is er weer niet van gekomen om de in spanning gehouden bloglezers van het nodige leesvoer te voorzien. Gelukkig hebben jullie allemaal voldoende alternatieve media ter beschikking om de luie zomermaanden door te komen. Je moet maar eerst eens een dek proberen te leggen om te weten hoeveel tijd er dan nog overblijft om te bloggen. Ik zal het jullie zeggen: geen minuut! En ik kan het weten. Het laatste plankje aan de stuurboordkant heb ik op zaterdag 18 augustus 2012, om 10,25 uur op zijn plaats gebogen! En dat was meteen het einde van een toch wel iets te lang durende lijdensweg naar een nieuw dek voor de Q. Die is begonnen op 28 april en is dus nu pas, na bijna 4 maand (waarvan weliswaar het werkritme vanaf 1 juli danig naar beneden is gegaan wegens het chartergebeuren) min of meer tot een goed eind gekomen. Ik maak hier trouwens van de gelegenheid gebruik om al de medezeilers te danken die tijdens de voorbije weken ofwel aktief of passief (door gewoon te doen of er niet gewerkt werd) hebben meegeholpen om een en ander afgewerkt te krijgen! Dus Krsitof en Peggy en Piet en Hans en Dirk enz... bedankt voor hulp en het geduld. Het resultaat is zeer bevredigend, al zeg ik het zelf. Nu moet ik nog een beetje schuren en krabben (de overtollige lijmresten verwijderen) en dan nog zo’n 800 lopende meter voegen afkitten, maar dat lijkt allemaal maar een peulschil in vergelijking met het gedane knip- en plakwerk van de laatste 3 maanden.
Een tevreden schipper.....
..... en een tevreden zeilster!!! Ook de fameuze visgraat in het midden van het dek moet nog worden uitgesneden maar het laat er zich naar uitzien dat date en werkje wordt voor oktober. Ten slotte moet jullie schipper ook in het najaar nog iets te doen hebben om niet in een zwart gat te vallen (zie hiervoor een vorige bijdrage )
We liggen in Leros Marina te wachten op het bedaren van een nu al drie dagen durende Meltemi en straks hijsen we de zeiltjes richting Arch Angelo. Een klein onbewoond eilandje even ten noorden van Leros. En vanavond sterren kijken. (en ik af en toe eens naar mijn nieuw dek! Dat zal ik de volgende dagen nog niet kunnen laten…) Tot de volgende

6.10.2012

We schrijven 10 juni 2012! Nog 20 dagen te gaan vooraleer de eerste chartergasten aan boord komen. Het is met een boot net zoals met een huis: het belangrijkste en moeilijkste werk zie je niet, maar zonder dat kan je geen resultaat boeken. En dat is de situatie op dit moment op de Q. Mijn Griekse vrienden geloven mij niet dat binnen 3 weken de klus geklaard zal zijn en dat wij, relaxend op een gloednieuw teak dek, met de Q de Dodecanese golven zullen doorklieven! En niet alleen het dek is nieuw! Er is ook een hagelnieuw grootzeil (op komst), een nieuwe dinghy (in bestelling), een nieuwe hostess (nu nog in Zweden), een nieuw vaargebied (de Dodekanese) en een nieuw potlood! (om de plankskes af te tekenen voor het dek). Om maar te zeggen dat ik mij hier niet verveel op het glorieuze eiland Leros. Ik heb net het weerbericht voor de volgende week eens bekeken en wordt weer een problematische week: hoe kan ik mij verbergen voor de zon en toch verderwerken! Terwijl het ene wolkendek na het andere zich over noordwest Europa in slagorde opstelt om jullie te helpen vergeten dat het zomer is, is de zon hier overtuigend aanwezig om de Grieken een hart onder de riem te steken tijdens deze crisistijden. Want de zon kan je (gelukkig maar!) niet kopen of op de beurs laten noteren (voorlopig toch nog niet). Dus schijnt de rode bol als nooit tevoren hier boven mijn uitdunnende schedeldak en weet zich van geen crisis geen kwaad. Het is twee uur op zondagnamiddag en Leros hult zich vanaf nu tot een uur of vijf in de oorverdovende stilte van de middagsiesta. En weet je wat? Ik ga gewoon meedoen! Het commentaar bij de fotos stuur ik jullie een volgende keer. En eigenlijk is het gewoon: plankjes plakken. Maar het zijn er veel! Tot de volgende Gelukkig is er ook nog de middagpauze!

5.21.2012

Leros, 20 mei 2012. Het is zondag 20 mei en er moet weer eens geschreven worden want anders verliest iedereen de draad van de werkzaamheden. Ondertussen is de bakboordkant van de Q bijna helemaal klaar om met nieuwe teak bekleed te worden. Het voorbereidend werk heeft –eigenlijk wel voorspelbaar- veel meer tijd in beslag genomen dan ik voorzien had, waardoor de werkdagen noodgedwongen steeds langer worden om de deadline van 1 juli te halen. Om toch al een beetje creatief te zijn en eens iets "opbouwends" de doen na al dat afbreken heb ik al eens geoefend op de ankerbak. En dat is al goed gelukt al zeg ik het zelf.
Sinds een paar dagen heb ik hulp gekregen onder de vorm van mijn broer Frans en Lieve die mij ook 4 jaar geleden zijn bijgesprongen om de Q van Italie naar Griekenland te varen.
Een van de vertragende elementen bij de afbraak is het feit dat alle beslag aan dek moet verwijderd worden. En dus ook stukken van de plafondbekleding en kastjes binnenin. Maar de Grand Soleil 52 zit zo fenomenaal goed in elkaar dat een en ander weinig of geen problemen met zich brengt. Ter illustratie staan hieronder een paar fotos van de binnenkant van de Q zoals hij er nu uit ziet. De genuarails (twee aan bakboord en twee aan stuurboord) zijn aan dek geschroefd met in totaal 180 bouten, inclusief rondsel en moer. Ondertussen zijn er al 90 van verwijderd, dus zijn we al halfweg op dat vlak. En ook de andere obstakels ( 3 winches aan bakboord – 18 bouten -, de grootzeil-overloop -25 bouten, nog wat keerblokken en ander dekbeslag – nog eens een 30 tal bouten- ) zijn verwijderd en het wordt dus nu tijd om wat creatiever te zijn en aan de opbouw te beginnen. Vooraleer daar mee te kunnen starten moeten er wel eerst nog andere voorzorgen genomen worden die ook de nodige tijd en energie opslorpen. Hoewel het hier in Leros zelden regent gebeurt het af toe toch wel eens dat de Q een stortbui moet trotseren. En met een paar honderd gaten in het dek is dat een ietwat ongelijke strijd. Die gaten moeten dus allemaal tijdelijk dichtgemaakt of afgeplakt worden, om te vermijden dat het onderdeks in een zwembad verandert.
En het is natuurlijk best dat er niet teveel vergeten worden. Dat heb ik een paar dagen geleden ondervonden, rond een uur of twee ’s morgens. Het is dan immers plots beginnen regenen met als gevolg dat ik heel snel de vergeten gaatjes heb teruggevonden... Gelukkig heb ik voldoende potten en pannen aan boord die het binnendruppelende water konden opvangen. Met potten en pannen over en weer lopen om twee uur ’s nachts: een alternatieve bezigheid weggelegd voor zeilers en tentbewoners! En dan is het nu tijd voor wat inventieve arbeid. De grote hinderpaal bij het leggen van een dek is het buigen van de teakplanken. Voor lichte buigingen, zoals in de lengterichting van de romp, volstaat om om met voldoende spanklemmen en verankeringen te zorgen voor de benodigde bocht. Als de bochten echter korten worden, of in twee dimensies moeten verbogen worden is het een ander paar mouwen. Dan moet het hout eerst gestoomd worden om het flexibel genoeg te maken om te buigen. En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vandaag hebben we de eerste experimenten op dat vlak uitgeprobeerd en onze installatie zag er indrukwekkend uit in haar simpliciteit. Wij zijn met jeugdige overmoed aan de slag gegaan en de eerste resultaten waren heel veelbelovend.
Maar uiteindelijk bleek het allemaal niet zo simpel als we dachten. Het is nu zondagavond, tijd om mijn blog publieksklaar te maken en voorlopig hebben we al 3 (drie!) plankjes kunnen plooien om op de banken van de cockpit te leggen. 3 van de 11! Niet echt een sukses dus. Maar we geven niet op. Volgende zondag proberen we het opnieuw. Met enige technische verbeteringen aan ons ontwerp moet dat lukken. Dat denken we toch... Dus ik zou zeggen: stay tuned.

5.05.2012

Leros, Dodecanese, Griekenland

Beste bloglezers, Ik weet het, ik ben weeral hopeloos laat. Maar als jullie verder lezen zullen jullie (h)erkennen dat er een goede reden voor is. De trouwe bloglezers onder jullie (die van voor 2008 ….) weten misschien nog dat er in dat jaar een en ander gebeurd is met de goede oude Nidri waarmee ik gedurende 14 jaar heb rondgezwalpt. Die is in dat jaar immers ter ziele gegaan in een alles omvattende brand in Agios Kyriaki in Pileon, in de buurt van Volos. Dank zij wat sponsoring van een begrijpende (en daarom ook aanbevolen) verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd, en wat over en weer gereis in Europa is dan de onvolprezen “Q” in mijn zeilcurriculum terecht gekomen. En daarvoor ben ik het lot nog altijd heel dankbaar. “Q” – Quattordici voor de nieuwe lezers – is een ongelooflijk luxeueus en snel schip met Italiaanse elegantie en stijl. Alleen was het dek van de “Q” aan zijn laatste levensjaren bezig en dus heb ik een paar maand geleden de beslissing genomen om er maar ineens een nieuw dek op te leggen. Als alles volgens de plannen verloopt zal een en ander tegen 1 juli in orde zijn en zullen de menigten toestromen om de nieuwe look van de “Q” te komen bewonderen.
de werkplek
Omdat ik een en ander zelf doe heeft mijn blog-aktiviteit de laatse maanden op een laag pitje gestaan (tell me something new), om mij volledig te wijden aan mijn nieuwe opdracht, die ondertussen al een paar weken geleden gestart is. Om een nieuw dek te leggen moet eerst het oude worden afgebroken. En dat is op zich al geen sinecure: De Italianen hebben een heel goede job gedaan met het verlijmen van het originele dek, met als gevolg dat elke vierkante cm met hamer en beitel moet worden losgekapt, zonder de onderliggende polyesterlaag te beschadigen.
brandhout maken...
Daarmee ben ik dus een goede week geleden gestart en het resultaat laat zich in bijgaande fotos samenvatten. Binnen een paar dagen kan ik beginnen met de wederopbouw. Te beginnen met de bakboordkant.
waar zijn de winches?
Al met al zou ik bijna vergeten dat het hier morgen in Griekenland verkiezingen zijn voor een nieuwe regering. Mocht ik het toevallig niet gehoord hebben van een Italiaan die bij mij op de werf staat zou ik het zelfs niet geweten hebben. Op Leros is van de hele verkiezingskoorts helemaal niets te zien. De enige massa-manifestatie die ik hier in Laki heb opgemerkt was het optreden van een … folkloristische groep dansers uit noorden van Griekenland die de zoveelste verjaardag van de exodus van Ethnische Grieken uit Turkije kwamen herdenken met een feestelijke dansavond. Om maar te zeggen dat niet alles wat er op de Vlaamse televisieschermen over Griekenland verschijnt schering en inslag is. Het is hier absoluut niet allemaal kommer en kwel. Maar daarover later meer. Want nu moet ik terug naar mijn dekwerkzaamheden. Tot de volgende

2.01.2012

Terug van weggeweest...


Trouwe bloglezers weten het ondertussen al: de schipper neemt het niet zo nauw met de timing als het gaat over publicaties op zijn blog…
Maar kom, we werken er aan. En ik moet toch ook wat rondrijden en varen om inspiratie op te doen om over te schrijven? Het winterse Blankenbergse nachtleven is mij te onbekend om er over te kunnen bloggen. Laat het ons dus maar gauw hebben over... de Carraiben!
Terwijl de Quattordici op zijn lauweren rust op het Egeische eiland Leros (overigens een supermooi eiland, maar daarover later meer), heeft ondergetekende tijdens de voorbije donkere wintermaanden de Caraibische zon opgezocht. Geen echt origineel idee maar wel plezant. Een en ander heeft te maken met Lola.
Dank zij Lola was ik daar immers niet alleen in de Carraiben !


LOLA

Lola, beste bloglezer, ik schrijf het hier snel vooraleer u allerlei –uiteraard verkeerde – veronderstellingen maakt, is een Beneteau First 42F7 (een modern zeiljacht van zo’n 13,5 meter lang) die/dat vorig jaar onder de deskundige leiding van zijn eigenaar, “den Dirk”, de Atlantische Oceaan is overgezeild tot in Martinique, en daar nu geduldig wacht tot zijn baasje eens tijd heeft om ook zelf eens onder de Caraibische zon te gaan liggen. Voorlopig is dat nog niet het geval, waardoor ik dus de gelegenheid had om met de Lola een paar zeiltochten te organiseren om en rond de Aan de Windse Eilanden.

De Aan de Windse eilanden (the Windward Islands) zijn de Caraibische eilanden in het zuidelijk gedeelte van de Caraibische Zee (van Trinidad tot, zeg maar Martinique).


DE KLEINE ANTILLEN


De Voor de Windse eilanden (the Leeward Islands) liggen meer noord – oostelijk in de Caraibische Zee, van Domenica tot Puerto Rico. Een en ander heeft te maken met de orientatie van die eilanden en de overwegende windrichting (de noord-oost passaat) die de zeilcondities bepaalt. Er is nogal wat spraakverwarring tussen de engelse en de nederlandstalige benamingen, maar laat ons die maar laten voor Wikipedia en aanverwanten. Ik heb nog wel iets anders te vertellen..


Zoals bijvoorbeeld hoe we het daar gesteld hebben in de eilandjes. Eigenlijk alles bij mekaar heel goed, hoewel het naar mijn gevoel zeker tijdens de laatste weken van december en begin januari toch redelijk hard heeft gewaaid en het aanbod van “squalls” boven het gemiddelde leek te liggen. Een “squall”? Een squall is een lokale, hevige en meestal dreigend uiziende regen- en windbui, die zich in een mum van tijd kan ontwikkelen en zich in zuid-westelijke richting over de Caraibische Zee verplaatst. En als zo’n bui je zeilroute kruist word je behoorlijk nat, en moet je ook op tijd de zeilen reven want anders kan er wel een en ander van de salontafel vallen onderdeks.


EEN SQUALL IN WORDING



Over Le Marin, de verzamelplaats voor alle Franse en aanverwante zeilers en would-be zeilers, catamaranvaarders, trambestuurders (geef toe, zo’n Lagoon 42 ziet er toch uit als tram 3, met net dezelfde ruitjes aan de voorkant...) ga ik niet te veel vertellen. Alleen dat je er heel goed (op zijn Frans) kan eten en drinken, ideaal proviand en drank kan inslaan, nog eens een echte warme douche kan nemen en dan.... er zo snel mogelijk van weg varen.
Toch nog even dit. Iedereen heeft het de laatste tijd over het zeilmeisje Laura Deckers. En die heeft inderdaad wel een mooie prestatie neergezet. Maar ik heb daar op de steigers van Le Marin een close encounter gehad met de Vlaamse versie ervan, namelijk Sigrid Greven, alias Lucky Bitch (da’s de naam van haar boot voor alle duidelijkheid).
Toen ik na mijn aankomst in Le Marin op zoek was naar de Lola liep ik haar pardoes tegen het lijf op de steiger. Zij was er net toegekomen na haar oversteek vanuit Portugal. Een verrassende ontmoeting. Want ik was een van de eerste Vlamingen die ze daar aan de wal tegenkwam. En net voor ze vertrok met haar Lucky Bitch uit Blankenberge in het voorjaar van 2011 had ik haar ook nog heel toevallig ontmoet: in de buurtwinkel in mijn straat! We hebben dus wat kunnen bijpraten en ik moet zeggen dat Sigrid toch al een en ander heeft meegemaakt op haar nog-niet-zo –lang-geleden-gestartte wereldreis. Als jullie er meer over willen weten ga dan eens naar http://www.luckybitch.be . En doe haar de groeten.


SIGRID ALIAS SKIPPER VAN LUCKY BITCH

Snel weg dus uit Le Marin. Onze kerst- en Nieuwjaarscharter bracht ons naar de eilanden St Lucia, Saint Vincent en Bequia. Veel “aan de wind” zeilen, nogal wat “squalls”, onderhandelen met de lokale boatboys over de prijs om een landlijn vast te knopen, wat mango’s en bananen kopen van de man-op-de-surfplank, en af en toe een rhum&coke.


VERS FRUIT IEMAND?


Zo kregen we de dagen al snel vol, en voor we het wisten was het nieuwjaar en lagen we voor anker in Elisabeth Harbour in Bequia.
Gelukkig hadden we in Le Marin onze voorraden ingeslagen want Bequia en omstreken liggen tijdens de feestdagen helemaal plat. Behalve natuurlijk de immigratie end douanediensten, want die werken tijdens die dagen met de glimlach verder. Het is dan immers overtime-time. En dat doet de kassa rinkelen.


VOOR ANKER IN BEQUIA



Maar niet getreurd, want het nieuwe jaar lonkte en we hadden een leuk lokaal restaurantje gevonden om ons oudejaarsavondmaal te verorberen en een stapje in de wondere carraibische nieuwjaarswereld te zetten. Dat was dan wel buiten het zwarte gat gerekend!
Ik verklaar: zo rond een uur of tien moest ik in het pikkedonker (a moonless night) zonodig een plasje gaan doen, en toen ik aan de overkant van de straat het strand wilde opstappen bleek daarniet een zwart weggetje te liggen maar wel een zwarte open rioolmond van zo’ n twee meter diep en onderaan voorzien van een laagje inhoud van hoogst onbetrouwbare bron, om het eufemistich uit te drukken. Ik dus daar pardoes ingevallen, rug bezeerd, elleboog verwond en quasi kopje onder in dat onaangename sop. Ik ben er wonder boven wonder betrekkelijkheelhuids uitgekomen maar voor mij was het nieuwjaarsfeest wel afgelopen op dat moment. Mijn bemanning heeft mij deskundig en plichtsbewust aan boord kunnen afleveren waar ik tijdens de eerste dag van het nieuwe jaar door de lokale en ambulante alternatievedokter Gabriel (what’s in a name) deskundig terug in elkaar werd gezet. Tot op dat moment had ik niet zo’n hoge pet op van wichelroedes en pendels en – in een adem door – homeopatie en krakers, maar het moet gezegd dat Gabriel hier toch wel een klein wonder heeft verricht. Daar waar ik me de eerste 24 uur na het zwarte gat –incident geen vinger kon bewegen, en de open wonde aan mijn elleboog er beslist niet apetijtelijk uit zag, bleek ik 24 uur na de behandeling van onze “dokter” al in staat om –weliswaar op handen en voeten – aan dek rond te kruipen, en bleek de elleboogwonde ook niet te zijn ontstoken in de derde graad. Het is ondertussen een maand geleden en er is van het hele avontuur geen fysiek spoor meer te bekennen. Maar nu is natuurlijk wel mijn geest in de war! Want moet ik nu echt geloven dat pendelen helpt???


HAPPY NEWYEAR!!!


In elk geval hebben we onze tocht op 2 januari kunnen verderzetten en zijn we zonder verder kleerscheuren en met enkele pitoreske overnachtingen onderweg in St Vincent en St Lucia terug tot in Martinique geraakt.


CUMBERLAND BAY OP SAINT VINCENT


Binnenkort is er weer Belgian Boat Show en ik hoop velen onder jullie te mogen begroeten op de stand van Nidri Yachting. Ik kan jullie daar dan de bewijzen van mijn wonderbaarlijke genezing in 3d laten zien, en ook een ouzootje en een olijfje aanbieden. Want deze zomer zeilen we terug in Griekenland met de Quattordici. Er wacht ons een nieuw zeilgebied: de zuidelijke cycladen. Die liggen ruwweg ten noorden van Kos en oostelijk van de Turkse kust.


KALYMNOS HARBOUR - GRIEKENLAND



Hoewel Kos natuurlijk heel bekend is onder de Griekenlandvaarders, zijn die eilanden daarboven dat heel wat minder. Het wordt dus een nieuwe ontdekkingsreis voor schipper en opvarenden. Leuke dingen voor de mensen.
Tot binnenkort


ZON EN ZEE...


Schipper Paul

10.09.2011

october in griekenland

Samos, Griekenland



Zuidelijke wind en een bewolkte lucht , samen met een –anders zo betrouwbare- verkeerde weersvoorspelling van mijn huiswebstek (forecast.uoa.gr), hebben er voor gezorgd dat we nu al een paar dagen stil liggen in Karlovasi op het eiland Samos.


october in Griekenland

We, dat zijn Fabricio en ikzelf en natuurlijk ons varend stulpje de Quattordici.
Maandag laatstleden zijn we vertrokken uit Skiathos, nadat de laatste passagiers , inclusief Susan, de onvolprezen kok van dienst tijdens het afgelopen seizoen, de Quattordici hebben verlaten om koudere oorden op te zoeken.


afscheidsconcert aan boord van de "Q"


Nog eens overwinteren in Trikiri op Pileon zat er voor mij echt niet meer in: het zou dan de 11e keer op rij zijn en dat is echt wel een beetje te veel van het goede.

Op naar nieuwe horizonten dus, en zodoende zijn we nu onderweg naar vreemde oorden en op zoek naar een winterbergplaats voor de Quattordici.
We zijn in sneltreinvaart door het noordelijke stuk van de Egeische Zee gevaren: maandag Skiathos – Skyros (55 mijl), dinsdag Skyros – Psara (50 mijl en niemand weet dat liggen), woensdag Psara – Xhios ( 40 mijl) en donderdag Xhios – Samos. (nog eens 40 mijl).


aan de kade in Psara

Die kortere afstanden naar het einde toe hebben vooral te maken met een afnemende noordelijke wind. Daar waar we vertrokken met 20 a 25 knopen, hielden we op het einde nog zo’n 12 knopen over. Dan ga je vanzelf al een stukje trager, maar erg is dat niet want we moesten niet absoluut ergens zijn.
Eigenllijk zijn we helemaal op schema, want er geen echt plan. De bedoeling is dat ik ergens in een wat warmere buurt dan het noorden van Griekenland (en de Sporaden horen daar echt niet bij) een plaatsje vind onder de winterzon (die terwijl ik dit schrijf ver te zoeken is....) om daar de “Q” uit het water te hijsen om de nodige onderhoudswerken uit te voeren en –wie weet- een nieuw dek te leggen. Of dat laatste ook zal gebeuren hangt vooral van de prijs van de teak af. Als ik afga op de prijzen die ik tot nu toe gehoord heb ziet het er niet echt goed uit. Maar wie weet brengt de Griese crisis hier wel raad! Voorlopig staat de teller op (schrik niet!) 5,5 euro per lopende meter van 5 x 1 cm. Dan wil je echt niet gaan meten hoeveel honderden meter je daarvan nodig hebt. Ik stel het dus allemaal nog maar wat uit.
Een andere tegenvaller is de prijs van de winterberging in het zogenaamde “goedkope” Turkije. Dag Jan! Na rondvraag op internet bij de bekendste jachthavens in de buurt van Bodrum en Kusadasi en Mamaris en nog wat bekende namen blijkt dat ik voor minder dan 5,000 euro nergens terecht kan voor een maand of zes. Daar had ik mij wel iets anders van voorgesteld. Maar, zullen jullie zeggen, dat had je tochallemaal van tevoren al kunnen weten! En dat is ook zo natuurlijk. Alleen had ik gedacht om dat unieke laatste plaatsje voor de helft van de prijs nog ergens te kunnen meepikken. Dat ziet er voorlopig niet zo naar uit, maar we treuren niet en we zullen onze zoektocht nog een beetje moeten verder zetten. Op zich is dat geen grote opgave, want rondzeilen in october in de Dodecanese heeft ook wel zijn charmes. Door de crisis ( of andere redenen waarvan ik het bestaan niet ken) zijn wij hier zo ongeveer de enigen die hier nog rondzwalpen, een verloren gevaren Deen met zijn Nauticat of een Duitser met zijn Hanse niet te na gesproken. Daardoor kunnen we wel heel kieskeurig zijn waar we ankeren en aanleggen, en moeten we ook nergens aanschuiven voor een giropita of een moussaka.

Niet dat we zoveel pitas of souvlakis eten. Fabricio is immers een jongeman uit de buurt vamn Milaan, en als ik hem laat doen eten we gedurende deze Dodecanestrip voor de rest van de dagen alleen nog maar pasta ala pomodoro met enige variatie. Voor de reste wel een toffe peer, Fabricio. Hij is student biologie in Milaan, maar vond de cursussen begin october te weinig interessant om daar te blijven en is nu naarstig op zoek naar rondtrekkende dolfijnen en andere in het wild levende medditerane beesten. Noch van het ene noch van het andere hebben we ondertussen al iets gezien...


Fabricio

We blijven hier nog een paar dagen liggen in Karlovasi (de Grieken spreken het als KarlOvasi uit), omdat het aangekondigde regen- en windweer met wat vertraging over ons heen zal trekken (voornamelijk morgen en overmorgen), en dan zetten we onze tocht verder richting Fournoi, Leros, Kos en uiteindelijk –eventueel- Rhodos en Marmaris. Of we zover zullen geraken hangt af van het weer, de goesting, en natuurlijk ook de aanwezige voorraad “pasta” aan boord van de Quattordici.


Samos: bezoek uit de 2e wereldoorlog


Tot een volgende blog
Ciao a tutti!