2.01.2012
Terug van weggeweest...
Trouwe bloglezers weten het ondertussen al: de schipper neemt het niet zo nauw met de timing als het gaat over publicaties op zijn blog…
Maar kom, we werken er aan. En ik moet toch ook wat rondrijden en varen om inspiratie op te doen om over te schrijven? Het winterse Blankenbergse nachtleven is mij te onbekend om er over te kunnen bloggen. Laat het ons dus maar gauw hebben over... de Carraiben!
Terwijl de Quattordici op zijn lauweren rust op het Egeische eiland Leros (overigens een supermooi eiland, maar daarover later meer), heeft ondergetekende tijdens de voorbije donkere wintermaanden de Caraibische zon opgezocht. Geen echt origineel idee maar wel plezant. Een en ander heeft te maken met Lola.
Dank zij Lola was ik daar immers niet alleen in de Carraiben !

LOLA
Lola, beste bloglezer, ik schrijf het hier snel vooraleer u allerlei –uiteraard verkeerde – veronderstellingen maakt, is een Beneteau First 42F7 (een modern zeiljacht van zo’n 13,5 meter lang) die/dat vorig jaar onder de deskundige leiding van zijn eigenaar, “den Dirk”, de Atlantische Oceaan is overgezeild tot in Martinique, en daar nu geduldig wacht tot zijn baasje eens tijd heeft om ook zelf eens onder de Caraibische zon te gaan liggen. Voorlopig is dat nog niet het geval, waardoor ik dus de gelegenheid had om met de Lola een paar zeiltochten te organiseren om en rond de Aan de Windse Eilanden.
De Aan de Windse eilanden (the Windward Islands) zijn de Caraibische eilanden in het zuidelijk gedeelte van de Caraibische Zee (van Trinidad tot, zeg maar Martinique).

DE KLEINE ANTILLEN
De Voor de Windse eilanden (the Leeward Islands) liggen meer noord – oostelijk in de Caraibische Zee, van Domenica tot Puerto Rico. Een en ander heeft te maken met de orientatie van die eilanden en de overwegende windrichting (de noord-oost passaat) die de zeilcondities bepaalt. Er is nogal wat spraakverwarring tussen de engelse en de nederlandstalige benamingen, maar laat ons die maar laten voor Wikipedia en aanverwanten. Ik heb nog wel iets anders te vertellen..
Zoals bijvoorbeeld hoe we het daar gesteld hebben in de eilandjes. Eigenlijk alles bij mekaar heel goed, hoewel het naar mijn gevoel zeker tijdens de laatste weken van december en begin januari toch redelijk hard heeft gewaaid en het aanbod van “squalls” boven het gemiddelde leek te liggen. Een “squall”? Een squall is een lokale, hevige en meestal dreigend uiziende regen- en windbui, die zich in een mum van tijd kan ontwikkelen en zich in zuid-westelijke richting over de Caraibische Zee verplaatst. En als zo’n bui je zeilroute kruist word je behoorlijk nat, en moet je ook op tijd de zeilen reven want anders kan er wel een en ander van de salontafel vallen onderdeks.

EEN SQUALL IN WORDING
Over Le Marin, de verzamelplaats voor alle Franse en aanverwante zeilers en would-be zeilers, catamaranvaarders, trambestuurders (geef toe, zo’n Lagoon 42 ziet er toch uit als tram 3, met net dezelfde ruitjes aan de voorkant...) ga ik niet te veel vertellen. Alleen dat je er heel goed (op zijn Frans) kan eten en drinken, ideaal proviand en drank kan inslaan, nog eens een echte warme douche kan nemen en dan.... er zo snel mogelijk van weg varen.
Toch nog even dit. Iedereen heeft het de laatste tijd over het zeilmeisje Laura Deckers. En die heeft inderdaad wel een mooie prestatie neergezet. Maar ik heb daar op de steigers van Le Marin een close encounter gehad met de Vlaamse versie ervan, namelijk Sigrid Greven, alias Lucky Bitch (da’s de naam van haar boot voor alle duidelijkheid).
Toen ik na mijn aankomst in Le Marin op zoek was naar de Lola liep ik haar pardoes tegen het lijf op de steiger. Zij was er net toegekomen na haar oversteek vanuit Portugal. Een verrassende ontmoeting. Want ik was een van de eerste Vlamingen die ze daar aan de wal tegenkwam. En net voor ze vertrok met haar Lucky Bitch uit Blankenberge in het voorjaar van 2011 had ik haar ook nog heel toevallig ontmoet: in de buurtwinkel in mijn straat! We hebben dus wat kunnen bijpraten en ik moet zeggen dat Sigrid toch al een en ander heeft meegemaakt op haar nog-niet-zo –lang-geleden-gestartte wereldreis. Als jullie er meer over willen weten ga dan eens naar http://www.luckybitch.be . En doe haar de groeten.

SIGRID ALIAS SKIPPER VAN LUCKY BITCH
Snel weg dus uit Le Marin. Onze kerst- en Nieuwjaarscharter bracht ons naar de eilanden St Lucia, Saint Vincent en Bequia. Veel “aan de wind” zeilen, nogal wat “squalls”, onderhandelen met de lokale boatboys over de prijs om een landlijn vast te knopen, wat mango’s en bananen kopen van de man-op-de-surfplank, en af en toe een rhum&coke.

VERS FRUIT IEMAND?
Zo kregen we de dagen al snel vol, en voor we het wisten was het nieuwjaar en lagen we voor anker in Elisabeth Harbour in Bequia.
Gelukkig hadden we in Le Marin onze voorraden ingeslagen want Bequia en omstreken liggen tijdens de feestdagen helemaal plat. Behalve natuurlijk de immigratie end douanediensten, want die werken tijdens die dagen met de glimlach verder. Het is dan immers overtime-time. En dat doet de kassa rinkelen.

VOOR ANKER IN BEQUIA
Maar niet getreurd, want het nieuwe jaar lonkte en we hadden een leuk lokaal restaurantje gevonden om ons oudejaarsavondmaal te verorberen en een stapje in de wondere carraibische nieuwjaarswereld te zetten. Dat was dan wel buiten het zwarte gat gerekend!
Ik verklaar: zo rond een uur of tien moest ik in het pikkedonker (a moonless night) zonodig een plasje gaan doen, en toen ik aan de overkant van de straat het strand wilde opstappen bleek daarniet een zwart weggetje te liggen maar wel een zwarte open rioolmond van zo’ n twee meter diep en onderaan voorzien van een laagje inhoud van hoogst onbetrouwbare bron, om het eufemistich uit te drukken. Ik dus daar pardoes ingevallen, rug bezeerd, elleboog verwond en quasi kopje onder in dat onaangename sop. Ik ben er wonder boven wonder betrekkelijkheelhuids uitgekomen maar voor mij was het nieuwjaarsfeest wel afgelopen op dat moment. Mijn bemanning heeft mij deskundig en plichtsbewust aan boord kunnen afleveren waar ik tijdens de eerste dag van het nieuwe jaar door de lokale en ambulante alternatievedokter Gabriel (what’s in a name) deskundig terug in elkaar werd gezet. Tot op dat moment had ik niet zo’n hoge pet op van wichelroedes en pendels en – in een adem door – homeopatie en krakers, maar het moet gezegd dat Gabriel hier toch wel een klein wonder heeft verricht. Daar waar ik me de eerste 24 uur na het zwarte gat –incident geen vinger kon bewegen, en de open wonde aan mijn elleboog er beslist niet apetijtelijk uit zag, bleek ik 24 uur na de behandeling van onze “dokter” al in staat om –weliswaar op handen en voeten – aan dek rond te kruipen, en bleek de elleboogwonde ook niet te zijn ontstoken in de derde graad. Het is ondertussen een maand geleden en er is van het hele avontuur geen fysiek spoor meer te bekennen. Maar nu is natuurlijk wel mijn geest in de war! Want moet ik nu echt geloven dat pendelen helpt???

HAPPY NEWYEAR!!!
In elk geval hebben we onze tocht op 2 januari kunnen verderzetten en zijn we zonder verder kleerscheuren en met enkele pitoreske overnachtingen onderweg in St Vincent en St Lucia terug tot in Martinique geraakt.

CUMBERLAND BAY OP SAINT VINCENT
Binnenkort is er weer Belgian Boat Show en ik hoop velen onder jullie te mogen begroeten op de stand van Nidri Yachting. Ik kan jullie daar dan de bewijzen van mijn wonderbaarlijke genezing in 3d laten zien, en ook een ouzootje en een olijfje aanbieden. Want deze zomer zeilen we terug in Griekenland met de Quattordici. Er wacht ons een nieuw zeilgebied: de zuidelijke cycladen. Die liggen ruwweg ten noorden van Kos en oostelijk van de Turkse kust.

KALYMNOS HARBOUR - GRIEKENLAND
Hoewel Kos natuurlijk heel bekend is onder de Griekenlandvaarders, zijn die eilanden daarboven dat heel wat minder. Het wordt dus een nieuwe ontdekkingsreis voor schipper en opvarenden. Leuke dingen voor de mensen.
Tot binnenkort

ZON EN ZEE...
Schipper Paul
Trouwe bloglezers weten het ondertussen al: de schipper neemt het niet zo nauw met de timing als het gaat over publicaties op zijn blog…
Maar kom, we werken er aan. En ik moet toch ook wat rondrijden en varen om inspiratie op te doen om over te schrijven? Het winterse Blankenbergse nachtleven is mij te onbekend om er over te kunnen bloggen. Laat het ons dus maar gauw hebben over... de Carraiben!
Terwijl de Quattordici op zijn lauweren rust op het Egeische eiland Leros (overigens een supermooi eiland, maar daarover later meer), heeft ondergetekende tijdens de voorbije donkere wintermaanden de Caraibische zon opgezocht. Geen echt origineel idee maar wel plezant. Een en ander heeft te maken met Lola.
Dank zij Lola was ik daar immers niet alleen in de Carraiben !

Lola, beste bloglezer, ik schrijf het hier snel vooraleer u allerlei –uiteraard verkeerde – veronderstellingen maakt, is een Beneteau First 42F7 (een modern zeiljacht van zo’n 13,5 meter lang) die/dat vorig jaar onder de deskundige leiding van zijn eigenaar, “den Dirk”, de Atlantische Oceaan is overgezeild tot in Martinique, en daar nu geduldig wacht tot zijn baasje eens tijd heeft om ook zelf eens onder de Caraibische zon te gaan liggen. Voorlopig is dat nog niet het geval, waardoor ik dus de gelegenheid had om met de Lola een paar zeiltochten te organiseren om en rond de Aan de Windse Eilanden.
De Aan de Windse eilanden (the Windward Islands) zijn de Caraibische eilanden in het zuidelijk gedeelte van de Caraibische Zee (van Trinidad tot, zeg maar Martinique).

De Voor de Windse eilanden (the Leeward Islands) liggen meer noord – oostelijk in de Caraibische Zee, van Domenica tot Puerto Rico. Een en ander heeft te maken met de orientatie van die eilanden en de overwegende windrichting (de noord-oost passaat) die de zeilcondities bepaalt. Er is nogal wat spraakverwarring tussen de engelse en de nederlandstalige benamingen, maar laat ons die maar laten voor Wikipedia en aanverwanten. Ik heb nog wel iets anders te vertellen..
Zoals bijvoorbeeld hoe we het daar gesteld hebben in de eilandjes. Eigenlijk alles bij mekaar heel goed, hoewel het naar mijn gevoel zeker tijdens de laatste weken van december en begin januari toch redelijk hard heeft gewaaid en het aanbod van “squalls” boven het gemiddelde leek te liggen. Een “squall”? Een squall is een lokale, hevige en meestal dreigend uiziende regen- en windbui, die zich in een mum van tijd kan ontwikkelen en zich in zuid-westelijke richting over de Caraibische Zee verplaatst. En als zo’n bui je zeilroute kruist word je behoorlijk nat, en moet je ook op tijd de zeilen reven want anders kan er wel een en ander van de salontafel vallen onderdeks.

Over Le Marin, de verzamelplaats voor alle Franse en aanverwante zeilers en would-be zeilers, catamaranvaarders, trambestuurders (geef toe, zo’n Lagoon 42 ziet er toch uit als tram 3, met net dezelfde ruitjes aan de voorkant...) ga ik niet te veel vertellen. Alleen dat je er heel goed (op zijn Frans) kan eten en drinken, ideaal proviand en drank kan inslaan, nog eens een echte warme douche kan nemen en dan.... er zo snel mogelijk van weg varen.
Toch nog even dit. Iedereen heeft het de laatste tijd over het zeilmeisje Laura Deckers. En die heeft inderdaad wel een mooie prestatie neergezet. Maar ik heb daar op de steigers van Le Marin een close encounter gehad met de Vlaamse versie ervan, namelijk Sigrid Greven, alias Lucky Bitch (da’s de naam van haar boot voor alle duidelijkheid).
Toen ik na mijn aankomst in Le Marin op zoek was naar de Lola liep ik haar pardoes tegen het lijf op de steiger. Zij was er net toegekomen na haar oversteek vanuit Portugal. Een verrassende ontmoeting. Want ik was een van de eerste Vlamingen die ze daar aan de wal tegenkwam. En net voor ze vertrok met haar Lucky Bitch uit Blankenberge in het voorjaar van 2011 had ik haar ook nog heel toevallig ontmoet: in de buurtwinkel in mijn straat! We hebben dus wat kunnen bijpraten en ik moet zeggen dat Sigrid toch al een en ander heeft meegemaakt op haar nog-niet-zo –lang-geleden-gestartte wereldreis. Als jullie er meer over willen weten ga dan eens naar http://www.luckybitch.be . En doe haar de groeten.

Snel weg dus uit Le Marin. Onze kerst- en Nieuwjaarscharter bracht ons naar de eilanden St Lucia, Saint Vincent en Bequia. Veel “aan de wind” zeilen, nogal wat “squalls”, onderhandelen met de lokale boatboys over de prijs om een landlijn vast te knopen, wat mango’s en bananen kopen van de man-op-de-surfplank, en af en toe een rhum&coke.

Zo kregen we de dagen al snel vol, en voor we het wisten was het nieuwjaar en lagen we voor anker in Elisabeth Harbour in Bequia.
Gelukkig hadden we in Le Marin onze voorraden ingeslagen want Bequia en omstreken liggen tijdens de feestdagen helemaal plat. Behalve natuurlijk de immigratie end douanediensten, want die werken tijdens die dagen met de glimlach verder. Het is dan immers overtime-time. En dat doet de kassa rinkelen.

Maar niet getreurd, want het nieuwe jaar lonkte en we hadden een leuk lokaal restaurantje gevonden om ons oudejaarsavondmaal te verorberen en een stapje in de wondere carraibische nieuwjaarswereld te zetten. Dat was dan wel buiten het zwarte gat gerekend!
Ik verklaar: zo rond een uur of tien moest ik in het pikkedonker (a moonless night) zonodig een plasje gaan doen, en toen ik aan de overkant van de straat het strand wilde opstappen bleek daarniet een zwart weggetje te liggen maar wel een zwarte open rioolmond van zo’ n twee meter diep en onderaan voorzien van een laagje inhoud van hoogst onbetrouwbare bron, om het eufemistich uit te drukken. Ik dus daar pardoes ingevallen, rug bezeerd, elleboog verwond en quasi kopje onder in dat onaangename sop. Ik ben er wonder boven wonder betrekkelijkheelhuids uitgekomen maar voor mij was het nieuwjaarsfeest wel afgelopen op dat moment. Mijn bemanning heeft mij deskundig en plichtsbewust aan boord kunnen afleveren waar ik tijdens de eerste dag van het nieuwe jaar door de lokale en ambulante alternatievedokter Gabriel (what’s in a name) deskundig terug in elkaar werd gezet. Tot op dat moment had ik niet zo’n hoge pet op van wichelroedes en pendels en – in een adem door – homeopatie en krakers, maar het moet gezegd dat Gabriel hier toch wel een klein wonder heeft verricht. Daar waar ik me de eerste 24 uur na het zwarte gat –incident geen vinger kon bewegen, en de open wonde aan mijn elleboog er beslist niet apetijtelijk uit zag, bleek ik 24 uur na de behandeling van onze “dokter” al in staat om –weliswaar op handen en voeten – aan dek rond te kruipen, en bleek de elleboogwonde ook niet te zijn ontstoken in de derde graad. Het is ondertussen een maand geleden en er is van het hele avontuur geen fysiek spoor meer te bekennen. Maar nu is natuurlijk wel mijn geest in de war! Want moet ik nu echt geloven dat pendelen helpt???

In elk geval hebben we onze tocht op 2 januari kunnen verderzetten en zijn we zonder verder kleerscheuren en met enkele pitoreske overnachtingen onderweg in St Vincent en St Lucia terug tot in Martinique geraakt.

Binnenkort is er weer Belgian Boat Show en ik hoop velen onder jullie te mogen begroeten op de stand van Nidri Yachting. Ik kan jullie daar dan de bewijzen van mijn wonderbaarlijke genezing in 3d laten zien, en ook een ouzootje en een olijfje aanbieden. Want deze zomer zeilen we terug in Griekenland met de Quattordici. Er wacht ons een nieuw zeilgebied: de zuidelijke cycladen. Die liggen ruwweg ten noorden van Kos en oostelijk van de Turkse kust.

Hoewel Kos natuurlijk heel bekend is onder de Griekenlandvaarders, zijn die eilanden daarboven dat heel wat minder. Het wordt dus een nieuwe ontdekkingsreis voor schipper en opvarenden. Leuke dingen voor de mensen.
Tot binnenkort

Schipper Paul
10.09.2011
october in griekenland
Samos, Griekenland
Zuidelijke wind en een bewolkte lucht , samen met een –anders zo betrouwbare- verkeerde weersvoorspelling van mijn huiswebstek (forecast.uoa.gr), hebben er voor gezorgd dat we nu al een paar dagen stil liggen in Karlovasi op het eiland Samos.

october in Griekenland
We, dat zijn Fabricio en ikzelf en natuurlijk ons varend stulpje de Quattordici.
Maandag laatstleden zijn we vertrokken uit Skiathos, nadat de laatste passagiers , inclusief Susan, de onvolprezen kok van dienst tijdens het afgelopen seizoen, de Quattordici hebben verlaten om koudere oorden op te zoeken.

afscheidsconcert aan boord van de "Q"
Nog eens overwinteren in Trikiri op Pileon zat er voor mij echt niet meer in: het zou dan de 11e keer op rij zijn en dat is echt wel een beetje te veel van het goede.
Op naar nieuwe horizonten dus, en zodoende zijn we nu onderweg naar vreemde oorden en op zoek naar een winterbergplaats voor de Quattordici.
We zijn in sneltreinvaart door het noordelijke stuk van de Egeische Zee gevaren: maandag Skiathos – Skyros (55 mijl), dinsdag Skyros – Psara (50 mijl en niemand weet dat liggen), woensdag Psara – Xhios ( 40 mijl) en donderdag Xhios – Samos. (nog eens 40 mijl).

aan de kade in Psara
Die kortere afstanden naar het einde toe hebben vooral te maken met een afnemende noordelijke wind. Daar waar we vertrokken met 20 a 25 knopen, hielden we op het einde nog zo’n 12 knopen over. Dan ga je vanzelf al een stukje trager, maar erg is dat niet want we moesten niet absoluut ergens zijn.
Eigenllijk zijn we helemaal op schema, want er geen echt plan. De bedoeling is dat ik ergens in een wat warmere buurt dan het noorden van Griekenland (en de Sporaden horen daar echt niet bij) een plaatsje vind onder de winterzon (die terwijl ik dit schrijf ver te zoeken is....) om daar de “Q” uit het water te hijsen om de nodige onderhoudswerken uit te voeren en –wie weet- een nieuw dek te leggen. Of dat laatste ook zal gebeuren hangt vooral van de prijs van de teak af. Als ik afga op de prijzen die ik tot nu toe gehoord heb ziet het er niet echt goed uit. Maar wie weet brengt de Griese crisis hier wel raad! Voorlopig staat de teller op (schrik niet!) 5,5 euro per lopende meter van 5 x 1 cm. Dan wil je echt niet gaan meten hoeveel honderden meter je daarvan nodig hebt. Ik stel het dus allemaal nog maar wat uit.
Een andere tegenvaller is de prijs van de winterberging in het zogenaamde “goedkope” Turkije. Dag Jan! Na rondvraag op internet bij de bekendste jachthavens in de buurt van Bodrum en Kusadasi en Mamaris en nog wat bekende namen blijkt dat ik voor minder dan 5,000 euro nergens terecht kan voor een maand of zes. Daar had ik mij wel iets anders van voorgesteld. Maar, zullen jullie zeggen, dat had je tochallemaal van tevoren al kunnen weten! En dat is ook zo natuurlijk. Alleen had ik gedacht om dat unieke laatste plaatsje voor de helft van de prijs nog ergens te kunnen meepikken. Dat ziet er voorlopig niet zo naar uit, maar we treuren niet en we zullen onze zoektocht nog een beetje moeten verder zetten. Op zich is dat geen grote opgave, want rondzeilen in october in de Dodecanese heeft ook wel zijn charmes. Door de crisis ( of andere redenen waarvan ik het bestaan niet ken) zijn wij hier zo ongeveer de enigen die hier nog rondzwalpen, een verloren gevaren Deen met zijn Nauticat of een Duitser met zijn Hanse niet te na gesproken. Daardoor kunnen we wel heel kieskeurig zijn waar we ankeren en aanleggen, en moeten we ook nergens aanschuiven voor een giropita of een moussaka.
Niet dat we zoveel pitas of souvlakis eten. Fabricio is immers een jongeman uit de buurt vamn Milaan, en als ik hem laat doen eten we gedurende deze Dodecanestrip voor de rest van de dagen alleen nog maar pasta ala pomodoro met enige variatie. Voor de reste wel een toffe peer, Fabricio. Hij is student biologie in Milaan, maar vond de cursussen begin october te weinig interessant om daar te blijven en is nu naarstig op zoek naar rondtrekkende dolfijnen en andere in het wild levende medditerane beesten. Noch van het ene noch van het andere hebben we ondertussen al iets gezien...

Fabricio
We blijven hier nog een paar dagen liggen in Karlovasi (de Grieken spreken het als KarlOvasi uit), omdat het aangekondigde regen- en windweer met wat vertraging over ons heen zal trekken (voornamelijk morgen en overmorgen), en dan zetten we onze tocht verder richting Fournoi, Leros, Kos en uiteindelijk –eventueel- Rhodos en Marmaris. Of we zover zullen geraken hangt af van het weer, de goesting, en natuurlijk ook de aanwezige voorraad “pasta” aan boord van de Quattordici.

Samos: bezoek uit de 2e wereldoorlog
Tot een volgende blog
Ciao a tutti!
Zuidelijke wind en een bewolkte lucht , samen met een –anders zo betrouwbare- verkeerde weersvoorspelling van mijn huiswebstek (forecast.uoa.gr), hebben er voor gezorgd dat we nu al een paar dagen stil liggen in Karlovasi op het eiland Samos.

october in Griekenland
We, dat zijn Fabricio en ikzelf en natuurlijk ons varend stulpje de Quattordici.
Maandag laatstleden zijn we vertrokken uit Skiathos, nadat de laatste passagiers , inclusief Susan, de onvolprezen kok van dienst tijdens het afgelopen seizoen, de Quattordici hebben verlaten om koudere oorden op te zoeken.

afscheidsconcert aan boord van de "Q"
Nog eens overwinteren in Trikiri op Pileon zat er voor mij echt niet meer in: het zou dan de 11e keer op rij zijn en dat is echt wel een beetje te veel van het goede.
Op naar nieuwe horizonten dus, en zodoende zijn we nu onderweg naar vreemde oorden en op zoek naar een winterbergplaats voor de Quattordici.
We zijn in sneltreinvaart door het noordelijke stuk van de Egeische Zee gevaren: maandag Skiathos – Skyros (55 mijl), dinsdag Skyros – Psara (50 mijl en niemand weet dat liggen), woensdag Psara – Xhios ( 40 mijl) en donderdag Xhios – Samos. (nog eens 40 mijl).

aan de kade in Psara
Die kortere afstanden naar het einde toe hebben vooral te maken met een afnemende noordelijke wind. Daar waar we vertrokken met 20 a 25 knopen, hielden we op het einde nog zo’n 12 knopen over. Dan ga je vanzelf al een stukje trager, maar erg is dat niet want we moesten niet absoluut ergens zijn.
Eigenllijk zijn we helemaal op schema, want er geen echt plan. De bedoeling is dat ik ergens in een wat warmere buurt dan het noorden van Griekenland (en de Sporaden horen daar echt niet bij) een plaatsje vind onder de winterzon (die terwijl ik dit schrijf ver te zoeken is....) om daar de “Q” uit het water te hijsen om de nodige onderhoudswerken uit te voeren en –wie weet- een nieuw dek te leggen. Of dat laatste ook zal gebeuren hangt vooral van de prijs van de teak af. Als ik afga op de prijzen die ik tot nu toe gehoord heb ziet het er niet echt goed uit. Maar wie weet brengt de Griese crisis hier wel raad! Voorlopig staat de teller op (schrik niet!) 5,5 euro per lopende meter van 5 x 1 cm. Dan wil je echt niet gaan meten hoeveel honderden meter je daarvan nodig hebt. Ik stel het dus allemaal nog maar wat uit.
Een andere tegenvaller is de prijs van de winterberging in het zogenaamde “goedkope” Turkije. Dag Jan! Na rondvraag op internet bij de bekendste jachthavens in de buurt van Bodrum en Kusadasi en Mamaris en nog wat bekende namen blijkt dat ik voor minder dan 5,000 euro nergens terecht kan voor een maand of zes. Daar had ik mij wel iets anders van voorgesteld. Maar, zullen jullie zeggen, dat had je tochallemaal van tevoren al kunnen weten! En dat is ook zo natuurlijk. Alleen had ik gedacht om dat unieke laatste plaatsje voor de helft van de prijs nog ergens te kunnen meepikken. Dat ziet er voorlopig niet zo naar uit, maar we treuren niet en we zullen onze zoektocht nog een beetje moeten verder zetten. Op zich is dat geen grote opgave, want rondzeilen in october in de Dodecanese heeft ook wel zijn charmes. Door de crisis ( of andere redenen waarvan ik het bestaan niet ken) zijn wij hier zo ongeveer de enigen die hier nog rondzwalpen, een verloren gevaren Deen met zijn Nauticat of een Duitser met zijn Hanse niet te na gesproken. Daardoor kunnen we wel heel kieskeurig zijn waar we ankeren en aanleggen, en moeten we ook nergens aanschuiven voor een giropita of een moussaka.
Niet dat we zoveel pitas of souvlakis eten. Fabricio is immers een jongeman uit de buurt vamn Milaan, en als ik hem laat doen eten we gedurende deze Dodecanestrip voor de rest van de dagen alleen nog maar pasta ala pomodoro met enige variatie. Voor de reste wel een toffe peer, Fabricio. Hij is student biologie in Milaan, maar vond de cursussen begin october te weinig interessant om daar te blijven en is nu naarstig op zoek naar rondtrekkende dolfijnen en andere in het wild levende medditerane beesten. Noch van het ene noch van het andere hebben we ondertussen al iets gezien...

Fabricio
We blijven hier nog een paar dagen liggen in Karlovasi (de Grieken spreken het als KarlOvasi uit), omdat het aangekondigde regen- en windweer met wat vertraging over ons heen zal trekken (voornamelijk morgen en overmorgen), en dan zetten we onze tocht verder richting Fournoi, Leros, Kos en uiteindelijk –eventueel- Rhodos en Marmaris. Of we zover zullen geraken hangt af van het weer, de goesting, en natuurlijk ook de aanwezige voorraad “pasta” aan boord van de Quattordici.

Samos: bezoek uit de 2e wereldoorlog
Tot een volgende blog
Ciao a tutti!
Abonneren op:
Berichten (Atom)














>


